Niet voldoen aan de Common Reporting Standard?

Common Reporting StandardCRSWIBWet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingenStrafbepalingenBestuurlijke boeteNon-Compliance
Gele kaart

Sinds 2016 bestaat de verplichting voor financiële instellingen om te voldoen aan de eisen van de Common Reporting Standard (hierna: CRS). Daarnaast bestaat er eventueel ook nog de verplichting om gegevens aan te leveren onder de regels van FATCA. Indien een financiële instelling hiertoe de verplichting heeft kan deze zich aanmelden bij de belastingdienst (https://www.gegevensportaal.net/fatca/aanmelden/). Indien een financiële instelling niet weet of er een verplichting is om aan te melden voor CRS of FATCA raadt de belastingdienst aan hierover een opinie in te winnen bij een fiscaal adviseur. Indien u hiermee aan de slag wil kunt u uiteraard contact opnemen met FSI Fiscal op info@fsifiscal.com. Maar wat gebeurd er nu eigenlijk indien er wel verplichtingen zijn maar u voldoet hier niet aan?

Wet op de internationale bijstandsverlening (hierna: WIB) bij de heffing van belastingen

De implementatie in de Nederlandse wet van de CRS is grotendeels te vinden in de: "Wet op de Internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen" (hierna: de WIB). Waaronder straf- en boetebepalingen. Indien een financiële instellingen niet aan zijn verplichtingen ten behoeve van de automatische verstrekking van inlichtingen volgens de CRS voldoet kan dit in een boete resulteren. In art. 11 van de WIB staat:

Indien het aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige, de administratieplichtige of de rapporterende financiële instelling is te wijten dat de verplichtingen, [...], niet, niet tijdig, niet volledig of niet juist zijn of worden nagekomen, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan Onze Minister hem, onderscheidenlijk haar, een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van de vierde categorie, [...], kan opleggen.

Een boete van de 4de categorie kan oplopen tot 20.500,- euro. Wat echter opvalt is dat er sprake moet zijn van opzet of grove schuld van de belastingplichtige. Dit is een zeer zware toets en in mijn optiek hebben financiële instellingen o.g.v. deze boetebepaling weinig te vrezen. Om van grove schuld te kunnen spreken is enkel onachtzaamheid (het onzorgvuldig handelen of nalaten door belastingplichtige) immers onvoldoende. Uiteraard is een boetebesluit een voor bezwaar vatbaar besluit zoals bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht. Ter volledigheid, ook hoofdstuk IX van de Algemene wet op de rijksbelastingen is van toepassing verklaard. In dit hoofdstuk staan de strafrechtelijke bepalingen voor bepaalde fiscale vergrijpen. De strafbepalingen dienen als stok achter de deur in het geval:

  1. Onze Minister door een ambtenaar van de rijksbelastingdienst een onderzoek laat instellen ten behoeve van het verstrekken van inlichtingen bij de financiële instelling. Dit kan overigens ook op verzoek van een andere CRS deelnemende staat;
  2. Geen toegang wordt verleend bij de financiële instelling indien een onderzoek is ingesteld;
  3. Niet aan de verplichtingen ten behoeve van de automatische verstrekking van inlichtingen volgens de Common Reporting Standard wordt voldaan.

Financiële instellingen die niet weten of ze verplichtingen hebben onder de CRS, zoals geïmplementeerd in de Nederlandse wet, zullen dit zelf moeten nagaan. De belastingdienst geeft aan dat deze instellingen bij hun financieel adviseur een 'legal opinion' kunnen inwinnen.

Verplichtingen voor de klanten van financiële instellingen?

Indien een klant van een financiële instellinge gevraagd wordt om een zgn. verklaring van fiscaal inwonerschap af te geven kan het zijn dat deze de verklaring onjuist of onvolledig invult. Het Uitvoeringsbesluit identificatie- en rapportagevoorschriften Common Reporting Standard geeft uitleg wat de financiële instelling in een dergelijk geval moet doen. Er vallen verschillende situaties te onderscheiden: 

  1. Het gaat om een nieuwe klant; of
  2. om een bestaande klant

In het kort komt het er op neer dat indien een financiële instelling het vermoeden heeft dat de verklaring onjuist is, de instelling kan vragen om aanvullende bewijsstukken. Indien het om een nieuwe klant gaat en deze kan niet naar tevredenheid zijn fiscale woonplaats toelichten dan zal de instelling geen product kunnen aanbieden. Indien het om een bestaande klant gaat zal de instelling voor een periode van 90 dagen uitgaan van de verklaarde fiscale woonplaats, en indien de klant in die periode geen overtuigende weerlegging van de vermoedens produceert zal de instelling de veronderstelde woonplaats o.g.v. de niet-weerlegde vermoedens doorgeven aan de Nederlandse belastingdienst.

Indien een klant van een financiële instelling een verkeerd adres zou opgeven kan hij worden veroordeeld voor valsheid in geschrifte. In het CRS commentaar van de OECD wordt gesproken van "penalty by perjury", oftewel meineed. In Nederland is het leerstuk van meineed niet van toepassing op een geschreven verklaring en zou er sprake moeten zijn van valsheid van geschrifte. Het is overigens opvallend dat de formulieren waarop klanten deze verklaringen moeten doen hiervan niet expliciet gewag maken. De WIB of het eerdergenoemde uitvoeringsbesluit lijkt geen expliciete strafrechtelijke consequenties te verbinden aan onjuiste verklaringen door de klant van de rapporterende financiële instelling. Indien u meer wil weten over deze materie kunt u uiteraard contact opnemen met FSI Fiscal via o.a. info@fsifiscal.com.